Wereldprematurendag.

(Confinement#2 – Dag 19)

Mei 2017.

Ik wandelde 12 dagen lang heel vaak doorheen de gangen van de materniteit op weg naar de microgolfoven om mijn kolfspullen te steriliseren. Onderweg keek ik altijd naar de geboortekaartjes op de deuren van de andere kamers. Toen Lena verdween kwam Stan. En na Stan was er Mila. Eén kaartje op de hele afdeling bleef maar hangen. Dat van Louise. Ze lag al die tijd niet bij mij, maar 2 deuren verder op de afdeling neonatologie. Ze was gelukkig niet extreem klein en niet extreem licht, maar wel nog helemaal niet rijp genoeg om zelf te eten. De sonde vanaf dag 4 vond ik het pijnlijkste. Ik zag het als een heel visueel bewijs dat ik gefaald had in het allerbelangrijkste. Dat ik Louise niet de best mogelijke start in het leven heb kunnen geven. Op dag 10 maakte ze gelukkig de klik, 2 weken later dronk ze borstvoeding als een pro en zes maanden later was ze al veel groter en zwaarder dan gemiddeld. “Dat komt zeker goed!”, zei iedereen. Ze hadden natuurlijk gelijk. Maar om 3u ’s nachts is het in die gangen van de materniteit ook wel behoorlijk donker geweest.

Januari 2019.

Alle hoop op een normale start wordt de kop ingedrukt wanneer de gynaecologe bevestigt dat ik effectief aan het bevallen ben. Ik ben 35 weken ver en voel een mix van opluchting en verdriet. Opluchting omdat ik Jef niet voor niets midden in de nacht uit zijn hotelkamerbed in Noord-Frankrijk heb gebeld om asap naar Genk te rijden terwijl er onderweg een zware sneeuwstorm woedde. Maar ook verdriet. Dat mijn lichaam weer faalt in het allerbelangrijkste. Dat ik opnieuw mijn kindje niet de beste start kan geven. Een week eerder lag ik nog aan de weeënremming in Mechelen en moest ik beslissen naar welk universitair ziekenhuis ik overgebracht zou worden als de bevalling zich zou doorzetten. Dat doemscenario hebben we gelukkig kunnen afwenden. Ik trek mij eraan op. De bevalling is wel pijnlijker dan bij Louise maar tot mijn vreugde lukt het opnieuw zonder epidurale verdoving. Alles gebeurt in sneltempo van zodra Jef in het ziekenhuis aankomt. Minder dan twee uur later komt Maurice al piepen. Een reuze-prematuur van 2,9kg die het al bij al zeer goed doet vlak na de bevalling. Hij mag zelfs nog een tijdje bij ons blijven liggen vooraleer de kinderartsen hem meenemen. De schok is dan ook groot wanneer we hem terugzien in de couveuse. Een gesloten couveuse, zo eentje waar Louise zelfs nooit in heeft gelegen. Hij is er zo slecht aan toe dat we hem die dag zelfs niet meer kunnen vasthouden. De volgende weken voelen aan als een processie van Echternach. Maurice eet heel slecht. Ik probeer maar 1x per dag om hem borstvoeding te geven om zijn energie zoveel mogelijk te sparen. Ik twijfel er dan zelfs aan of hij wel iets binnenkrijgt. Ondertussen begint het zo lang te duren dat Jef terug naar Italië gaat werken om niet al zijn verlof erdoor te jagen. Het wordt eenzaam. Mijn nachten zijn onderbroken door het vele kolven. Ik probeer mijn aandacht te verdelen tussen mijn peutertje ‘thuis’ (bij oma en opa waar we toen tijdelijk inwoonden) en mijn baby’tje in het ziekenhuis. Ik voel me overal tekortschieten. Bij Louise bleef ik nog rooming-in in het ziekenhuis en kon ik maximaal bij haar zijn. Bij Maurice pendelde ik elke dag over en weer. Het deed ergens deugd om niet constant in ziekenhuis-sfeer te zitten. Maar die “deugd” zat wel steeds verpakt in een verpletterend laagje schuldgevoel. Exact twintig dagen, vier uur en zesentwintig minuten na zijn geboorte wandelden we samen met Maurice uit het ziekenhuis. Een droombaby, die zich bijna niet liet horen. Behalve wanneer hij honger had. Dat liet en laat hij héél duidelijk merken. Vermoedelijk om te compenseren voor die moeilijke start. Hij is alleszins niet meer gestopt met eten sindsdien. 😉

November 2020.

Wereldprematurendag#3 sinds ik zelf ervaringsdeskundige ben. Onze kindjes waren geen extreme prematuurtjes. Er was nooit angst voor hun leven. Ik heb emoties gezien in de NICU die ik van mijn leven niet vergeet. Ik heb niet het gevoel dat de kindjes er iets aan overhouden. Je hoort vaak over hechtingsstoornissen als gevolg van die moeilijke start maar wij merken hier (voorlopig?) niets van. Het was van het beste van het slechtste ofzoiets.

Maar toch.

Ik vind het voor altijd jammer dat ik geen normale kraamperiode heb mogen meemaken.

Het is niet omdat iets “goed komt” dat het geen sporen nalaat. Een paar steentjes bij in de rugzak van het leven. Ze worden gemakkelijker om te dragen, met de jaren. Het slijt, echt wel.

Maar toch.

Voor altijd jammer. 🙂

Eén antwoord op “Wereldprematurendag.”

  1. Superoma & superopa zegt: Beantwoorden

    En toch is alles goed gekomen, en nu hebben jullie twee flinke rakkers waarop jullie terecht fier mogen zijn.
    Superoma & Superopa.

Geef een reactie